Gobelins.

Wim van Boxtel en Maria van Boxtel-Tra.

Het echtpaar Wim C.J.  en Maria van Boxtel uit Goirle hebben veel gobelins geweven naar eigen ontwerp. Sinds het overlijden van
Wim C.J. van Boxtel zijn de gobelins bij ons te bezichtigen.

Interview met
W.C.J. van Boxtel
in 1993

De start van het filmpje
kan even duren.


 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele van hun werken.
     
   
     

Wim van Boxtel en Maria van Boxtel-Tra,
GOBELIN wevers door de jaren heen.

 

Wim C.J. van Boxtel (1923) en Maria A.C. Tra (1921) zijn beiden geboren in Goirle. Op 8 juni 1948 
trouwden ze en kregen 5 kinderen.
 
In een tijd van wederopbouw na de oorlog deden ze er alles aan om vanuit het arbeidersmilieu 
waarin zij leefden te klimmen op de maatschappelijke ladder.


Wim C.J. van Boxtel (1923-2000)

Wim was de oudste van de elf kinderen. Zijn vader, Drik van Boxtel, was een handig mens. 
Hij maakte alles wat nodig was in het gezin van speelgoed tot fietsen. Hij was het grote 
voorbeeld voor zijn oudste zoon die mede door zijn aanmoedigingen een passie opbouwde 
voor het gobelinweven.

Op 13 jarige leeftijd moest Wim gaan werken, iets wat niet vreemd was in die tijd. Na 
een korte loopbaan als kapper ging hij werken in een van de textielfabrieken die Goirle 
had. Daar werden voornamelijk kamgarenstoffen geweven.
Wim begon onderaan de ladder met het smeren van de getouwen. 
10 Jaar werkte hij in de spinnerij-ververij en weverij.
In de avonduren ging hij naar de textielavondschool om hogerop te komen.

In 1939 maakte hij een eerste tekening; een zelfportret.
Na de oorlog stuitte hij op een dag in het garenmagazijn op een vergeten Jacquard 
weefstoel. Dat was een weefgetouw waarbij kaarten voor het maken van patronen werden gebruikt.
Hij kreeg toestemming om het op te knappen en liet zich niet afschrikken door het feit 
dat hij nooit eerder op die manier aan een getouw had gewerkt. Na vele maanden was 
hij zover dat een ketting ingeregen kon worden. Het eerste wat hij erop maakte waren 
luiers, moltons en later kamgarenstof voor het maken van een mantelpakje.

Maar hij wilde meer. Zijn interesse ging uit naar het maken van wandtapijten. Hiervoor 
maakte hij thuis zijn eerste eigen weefgetouw van een kapot schoolbord. Door er draden 
overheen te spannen kon hij met schering en inslag gaan werken. Over het eerste resultaat 
was hij niet tevreden omdat de spandraden(schering) zichtbaar bleven.

Leergierig als hij was ging hij op onderzoek uit. Daarvoor ging hij met Maria naar 
Aubuson, Frankrijk, waar gobelin fabrieken staan. Het eerste wat hem daar opviel 
was dat zij werkten op verticalen getouwen in plaats van de horizontaal geplaatste
waar hij tot dan toe op gewerkt had. Ook zag hij dat hier gewerkt werd met 
kamgaren, een fijne sterke draad. Met een fijn kammetje werd die aangeklopt 
tot de spandraden niet meer zichtbaar waren.

De later door hem gebruikte weefgetouwen ontwierp en bouwde hij zelf. Voor het 
maken van een groot doek, moest hij een even groot getouw maken.
Wim leerde in de textielfabrieken om te gaan met garens. Hij leerde er ook om zelf 
de wol te verven en zo een eigen karakteristieke kleurenscala op te bouwen voor het 
maken van zijn kunstwerken.

De vergaarde kennis bleef zijn hele leven belangrijk. De kunst van het gobelinweven 
liet hem niet meer los.

Na vele experimenten maakte Wim zijn eerste gobelin in 1950. Als ontwerp gebruikte 
hij een foto van Paus Pius XII.
In de beginjaren gebruikte hij ontwerpen van onder andere A. van den Berg. Hij nam 
zelf tekenlessen bij de glazenier Jan Willemen. Vanaf 1956 ontwierp, tekende en weefde 
Wim zijn doeken zelf.
De fabriek ruilde hij in voor een baan als leraar aan de textielschool in Tilburg. 
Toen die gesloten werd schoolde hij om naar leraar handvaardigheid. Tot zijn pensioen 
gaf hij les aan de ambachtsschool.
Tussen 1966 en 1978 was hij daarbij wethouder van Goirle. In die tijd was hij minder 
productief met het weven omdat hij daarvoor te weinig vrije tijd overhield.

Maria A.C. van Boxtel-Tra (1921-)

Ook Maria kwam uit een groot gezin. Zij was de 6e in een rij van 14. Na haar huwelijk 
met Wim zorgde zij voor hen 5 kinderen.
Toen die op een leeftijd waren dat ze een zekere zelfstandigheid hadden stapte Maria 
in 1966 in de voetsporen van haar man.
Door de jaren heen had ze een belangrijk deel van de kunst van het gobelinweven gezien. 
Met geringe aanwijzingen van haar man werd het weven ook van haar.
Daarna waren zij vaak zij aan zij, ieder aan een eigen weefgetouw, te vinden.

Wat is een Gobelin?

Een gobelin is een textiele weefkunst (vernoemd naar de Fransman Gobelin). Het is 
een wandkleed met afbeeldingen die er niet op gedrukt zijn maar er
–in- geweven zijn. Het wordt wel eens schilderen met garen genoemd.
Uit de geschiedenis blijkt, dat het een hoge kunstvorm is.

Het wandkleed vindt zijn oorsprong in een oude Oosterse volksstam.
Het oudste bekende wandkleed, is van circa 1450 voor Christus en is gevonden in 
Egypte, waar het vermoedelijk dienst heeft gedaan als afsluiting tussen twee vertrekken.

Hoe de weeftechniek in onze streken terecht is gekomen is niet bekend, maar in de 
Middeleeuwen kwam deze kunst in het westen tot een verrassende bloei met als bekende 
plaatsen Arras, Doornik en Parijs.

In vroegere tijden waren het de rijke mensen die de geweven kunstwerken konden 
betalen. Paleizen hingen er vol mee. Toch dienden ze niet enkel als verfraaiing. Door 
ze tegen de stenen muren te hangen hadden ze nog een andere functie en wel die van 
isolatie. De wol zorgde ervoor dat de warmte binnen bleef en de kou buiten. Vandaar 
dat ze in die tijd groot in afmeting waren.
Het waren de arme mensen die de kunstwerken weefde, soms in werkdagen met meer 
dan twaalf uren, moeizaam draad voor draad.

Tegenwoordig kunnen we deze kunstvorm bewonderen in musea en oude paleizen. De 
bekendste in Frankrijk staan in Aubusson en Parijs. In Nederland vinden we prachtige 
doeken in de damastweverij in Tilburg.

De techniek van het weven.

In de tapijtweefkunst kennen we twee soorten weefstoelen, de horizontale en de verticale. 
Of anders gezegd, de weefstoel waarop de kettingdraden horizontaal zijn gespannen en 
een waarop de kettingdraden verticaal zijn gespannen.

Nadat een ontwerptekening in kleur op karton is gemaakt volgt de werktekening. Deze 
wordt op ware grote van het uiteindelijke gobelin, in spiegel-afbeelding en zonder kleur 
getekend. Daarna wordt hij in een draaiing van 90 graden onder, of achter, de kettingdraden 
bevestigd. Het ontwerp wordt dus in de breedte geweven. Als het anders geweven zou worden
 bestaat het gevaar dat het doek uit gaat zakken. Tevens zal het geheel een ander effect 
krijgen door een andere schaduwwerking.

Naar het voorbeeld van de werktekening worden de tapijten met het spiegelbeeld naar 
boven geweven. Wil men tijdens het weven kijken of de kleuren en het patroon overeen 
komen met het ontwerp, dan moet de wever de werktekening weghalen. Bij een verticale 
weefstoel kan hij dan met behulp van een spiegel een klein stukje van het geweven doek 
zien. Het doek wordt namelijk, telken wanneer er een stukje over de hele lengte klaar is, op 
een werkbalk gerold. Op die manier kan de wever constant in een zelfde houding en met 
een zelfde oogopslag werken.

De wever gebruikt het ontwerp om te zien welke kleur ieder deel van de voorstelling moet 
hebben. Draden worden losjes door de kettingdraden ( de schering) gelegd waarna ze 
telkens aangedrukt worden met een klein kammetje totdat de schering niet meer 
zichtbaar is. Een wever werkt constant van rechts naar links en terug. Bij iedere 
inleg van het garen is een kettingdraad de ene keer erboven en de volgende keer eronder.

Het is zaak om zo min mogelijk dezelfde kettingdraad als keerpunt te nemen want dan 
ontstaan er gaten in het eindresultaat. Daarom zullen de meeste ontwerpen geen grote 
loodrechte lijnen bevatten. Bovendien werkt een wever met kleine stukjes. Hierdoor is 
het gemakkelijker om de kettingdraad achter het garen te laten verdwijnen.

Als een vak met een bepaalde kleur garen geweven is wordt de draad afgeknipt. Het 
einde blijft los hangen. De achterkant van het gobelin vertoont dan ook een wirwar van draden.

Wanneer het tapijt klaar is en van de weefstoel komt, is dat altijd een spannend moment. 
Dit omdat men na maanden en soms zelfs na jaren, gedurende honderden tot duizenden 
uren werken, het resultaat voor de eerste keer echt kan zien. De wever heeft immers al 
die tijd alleen de achterzijde van het gobelin gezien. Veranderingen zijn niet meer mogelijk.

De ontwerptekening wordt uitgevoerd in water- of plakkaatverf. Veelal werden de 
ontwerpen gemaakt door kunstenaars zoals Rubbens en Rafael. Bekende namen hierbij 
zijn ook Jean Lurcat en Jean Picart le Doux.

Als materiaal wordt voor de kettingdraden katoen of vissersgaren gebruikt. Voor de 
inslagdraden meestal wol, maar ook wel zijde-, goud- en zilverdraden. Het meest stevige 
garen is kamgaren, een dunne lange vezel.

En verder
.

Door de jaren heen maakte Wim van Boxtel 148 gobelins.
Maria van Boxtel-Tra maakte er 23. Er waren diverse exposities en vele kunstwerken werden verkocht.

Feitenoverzicht:

Wim C.J van Boxtel

1954 tentoonstelling "De gouden schakel"            Koningin Juliana bewondert de
in Rotterdam                                                            gobelin "De drie koningen".
3e Prijs.

1959 tentoonstelling Hart van Brabant, Tilburg     Bekende bezoekers:
                                                                                                       Bisschop Bekkers en
                                                                                                       Burgemeester Becht

1960 expositie Brabants Heem in Goirle
1960 overzichttentoonstelling Utrecht, kunsthandel De Jacobotoren
1965 unica-tentoonstelling Breda
1966 handvaardigheidtentoonstelling G66                presentatie gobelin"Kennedy"

Maria van Boxtel-Tra.

1966 Weefdemonstratie tijdens de G66, tevens presentatie van haar
            eerste gobelin " Bevrijding".
1971 tentoonstelling dahliavereniging Goirle
1972 tentoonstelling opening Jan van Besouwhuis Goirle

Samen.

Na 12 jaar wethouderschap kreeg Wim weer vrije tijd. Samen met Maria werd de traditie 
van het weven van gobelins voortgezet.

1981 expositie gemeentehuis Goirle
1986 expositie serie Goirlese gebouwen tijdens opening winkelcentrum De Hovel
1989 expositie Weverijmuseum Geldrop
1993 expositie in de heemschuur "De Vyer Heerdganhen"Goirle
1995 expositie in de Openbare Bibliotheek in Vlijmen

19-5-2005